‘Zorg voor binnenmilieu niet zo vanzelfsprekend’

,,Iedereen mag dan de mond vol hebben van gezonde gebouwen, veelal in een adem met duurzaamheid, maar gezonde gebouwen ook daadwerkelijk tot stand brengen is een ander verhaal. Gebouwen zijn ervoor bedoeld om organisaties, beter gezegd mensen en hun middelen onderdak te bieden. Je zou denken dat het gebouwontwerp zich wel op die mens zou richten. Maar er is iets merkwaardigs aan de hand.”

Aan het woord is binnenmilieuspecialist en installatieadviseur Leo van Cappellen. Op  verzoek van Center for People en Buildings, ging hij kort in op zijn paper ‘Indoor Environmental Quality (IEQ): Who cares?’, die hij presenteerde op de conferentie Healthy Buildings, die onlangs in Lublin (Polen) werd gehouden. Van Cappellen pleit voor meer aandacht voor het binnenmilieu en voor het belang van de gebouwgebruikers. Uit de CfPB WODI benchmark-onderzoeken naar werkplekomstandigheden blijkt immers dat fysieke werkomstandigheden, in het bijzonder binnenklimaat en luchtkwaliteit bedenkelijk hoge ontevredenheidsscores laten zien. Van Cappellen: ,,In verschillende ontwerpnormen, zoals de NEN-EN 15251, Criteria voor het binnenmilieu, wordt gesproken van maximaal acceptabele ontevredenheidspercentages van tien tot twintig procent. Daar voldoen de meeste gebouwen bij lange na niet aan, de ontevredenheid ligt aanzienlijk hoger. Binnenmilieu is een complex van bezettingsgraad, gebouwschil, kwaliteit van bouwmaterialen, klimaatinstallaties e.d. Een holistische benadering vroeg in het besluitvormings- en ontwerpproces ontbreekt. Bovendien komt de binnenmilieuspecialist te laat aan boord van het project; de toon van gebouwontwerp en bouwbudget is dan al gezet.” Daarnaast moet er volgens de deskundige meer serieuze aandacht zijn voor de keuze van milieuveilige bouwmaterialen. Niet alleen het thermisch klimaat, maar ook de chemische kwaliteit van de binnenlucht kan een bron van klachten zijn. ,,De term ‘oplevering’ mag dan wel suggereren dat het gebouw klaar is voor gebruik, in het bijzonder voor de klimaatinstallaties is dat allerminst het geval. Als deze al goed zijn ingeregeld, dan moet in een (garantie)periode van meerdere jaren, onder verschillende seizoenen en ontwerpomstandigheden, blijken of zij presteren zoals bedoeld en of zij zo nodig moeten worden bijgesteld.” Ook de verantwoordelijkheid voor een gezond gebouw kan van invloed zijn. Zeker als deze voor een groot gedeelte in handen komt te liggen van de installatie-onderaannemer van de bouwkundige hoofdaannemer. ,,Het installatiebedrijf is namelijk ook maakindustrie en het is maar de vraag of die, gezien de klassieke machtsverhoudingen, bereid en in staat is om voldoende invloed op te eisen om de uiteindelijke belangen van de gebouwgebruikers daadwerkelijk veilig te tellen.” Het ‘in prestatie’ houden van gerealiseerde gebouwen is afhankelijk van goed opgeleide en ervaren specialisten, van ontwerpers tot technici in het veld, aldus Van Cappellen. ,,Door ontslag en pensioen hebben reeds veel ervaren mensen het vakgebied verlaten; de instroom van jong talent blijft sterk achter. Dat doet vrezen voor de ‘gezondheid’ van gebouwen op lange termijn. Kunnen ambities wel worden waargemaakt en vooral worden volgehouden?”  

29-09-2017 14:09

Best bekeken

Van flutmanagement naar fleetmanagement

We komen het nog veel tegen, wagenparkbeheerders die druk zijn met allerlei operationele taken. Met de poten in de modder noemen ze dat. Tankpassen beheren, dealeroffertes doorsturen naar de leasemaatschappij en groene kaarten aanvragen. Je kunt er erg druk mee zijn. En dan hebben we het nog niet ...

Het nieuwe werken: toen, nu en straks

Anno 2014 lijkt de hype van het nieuwe werken voorbij. Met een groeiende opvatting van het kantoor als plek voor ontmoeting, kennisdeling en samenwerking worden steeds meer vraagtekens gezet bij de thuiswerkplek. Het nieuwe werken maakt een verandering door, waarbij een nieuwe balans wordt gezocht ...