Basiskennis dossier brandbestrijding

Samengesteld door: Kim Wolters, Henny Brullemans


Definitie

Brandbestrijding betreft de maatregelen die worden genomen na het ontdekken van een brand. Het doel is uiteraard het zo snel mogelijk blussen van een vuurhaard, maar ook het redden en evacueren van slachtoffers, voorkomen van schade of het voorkomen van overlast. Om een vuur te laten branden, moeten drie factoren in de juiste verhoudingen aanwezig zijn. Deze drie factoren zijn: brandbare stof (bijvoorbeeld hout), zuurstof en ontbrandingstemperatuur (veroorzaakt door bijvoorbeeld een gloeiende sigaret of een brandglas). Alle methodes van brandbestrijding zijn erop gebaseerd een of meer van deze verbrandingsfactoren weg te nemen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door verstikken (blusdeken, schuimblusmiddel) of afkoelen (water).

Facilitair

Iedere medewerker heeft het recht om zich veilig te voelen op zijn of haar werkplek. De werkgever is verantwoordelijk voor het waarborgen van deze veiligheid en dient daarom maatregelen te nemen. De gehele brandveiligheid, dus ook de brandbestrijding zelf, maakt deel uit van het facilitaire proces. BHV ‘ers worden getraind om in te schatten wanneer zelf een bluspoging te doen en op welk moment de brandweer ingeschakeld moet worden.  Een facilitair manager is er verantwoordelijk voor dat bezoekers weten wat er bij een calamiteit gebeuren moet, dat de vluchtroutes goed zijn aangegeven en dat er een evacuatieplan ligt. Registratie van bezoekers bij de receptie en het laten lezen van het huishoudelijk reglement over wat te doen bij een calamiteit, is aan te bevelen.

Brandbestrijding op de werkvloer

In elk bedrijf kan brand ontstaan. De meeste branden ontstaan door menselijke fouten en het falen van technische installaties. De meest voorkomende oorzaken van brand bij bedrijven:

  • Defecten in apparaten en technische storingen
  • Brandstichting - Ondeskundig handelen
  • Het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden (bv lassen, dakdekken, laboratoriumwerk)
  • Broei in bulk en afvalproducten, onvoorzichtigheid bij roken.

Het bestrijden van brand is van groot belang. Het is letterlijk levensgevaarlijk, waarbij iedere seconde telt. Door de verandering in gebruik van materialen en bouwwijzen, worden branden alsmaar gevaarlijker. Niet alleen voor gebruikers van een gebouw, maar ook voor de brandweer. Kennis van het gebouw is daarom van essentieel belang.

Verschillende methoden van brandbestrijding

Vuur heeft brandstof, zuurstof en hitte nodig om te kunnen bestaan, dit wordt de branddriehoek genoemd. Zonder één of meerdere van deze drie dingen kan vuur niet bestaan. Er zijn dus drie oplossingsrichtingen bij brandbestrijding:

Wegnemen van de brandstof
Het wegnemen van de brandstof is soms de eenvoudigste methode, denk aan het dichtdraaien van een gaskraan, maar is vaak onmogelijk. Een gebouw weghalen lukt nooit, maar een hooibaal of houten balk kan wel weggesleept worden.

Verstikking
De zuurstof kan ‘weggehaald’ worden of de brandstof kan afgesloten worden van de zuurstof. Het weghalen van de zuurstof kan door middel van verdringing door een inert gas of stoom of door het smoren van de brand. Bij het smoren wordt de aanwezige zuurstof opgebrand terwijl voorkomen wordt dat er nieuwe zuurstof de ruimte binnenkomt.

Koelen
Dit kan door het ventileren van een ruimte, op natuurlijke wijze of met een overdrukventilator, of door het koelen van het vuur met bijvoorbeeld water. In de scheepvaart en bedrijven worden de wanden of muren met water afgekoeld om ervoor te zorgen dat het vuur niet door brandt tot een andere ruimte of om te voorkomen dat de stalen constructie het begeeft.

Negatieve-katalytische werking
Er zijn ook poeders, gemaakt van bepaalde zouten, die als negatieve-katalysator werken. Deze blokkeren de verbrandingsreactie waardoor het vuur dooft.  

Middelen en materialen

Bij het bestrijden van brand moet er natuurlijk gedacht worden aan de persoonlijke uitrusting.

·     Veiligheidshesjes;
·     Vlam vertragend veiligheidsvest;
·     Veiligheidshelm;
·     Rook/vluchtmasker;
·     Veiligheidsschoenen;
·     Handschoenen.

Er zijn veel verschillende blusmiddelen. Uiteindelijk heeft elk blusmiddel maar 1 doel, en dat is het blussen van een brand.

Brandslang
Een brandslang is een slang die gebruikt wordt voor het transporteren van water ten behoeve van brandbestrijding. In veel gebouwen als scholen, kantoren en bedrijven zijn brandslanghaspels verplicht aanwezig. Brandslanghaspels zijn alleen geschikt voor brandklasse A (vaste stoffen). Blussen door middel van water is goedkoop. Het heeft een groot koelend effect en (bij een slanghaspel) een onbeperkte aanvoer. Nadelen: vorstgevoelig en water kan gevaarlijk zijn bij gebruik op brandende benzine of olie. Ook onder elektrische spanning staande apparatuur kan gevaar opleveren als er water als blusmiddel wordt gebruikt.

Brandblusser
Met een brandblusser kan een kleine brand worden gedoofd. Het bestaat uit een cilinder waarin een beperkte hoeveelheid blusmiddel onder druk staat. Er zijn ook blussers waarin zich een drukpatroon bevindt, die eerst geactiveerd (ingeslagen) moet worden via een rode inslagknop boven op de blusser. Door een opening kan het blusmiddel op het vuur gespoten worden. Een brandblusser is geschikt voor een of meerdere brandklassen. Een brandblusser bestaat ruwweg uit drukvat, blusstof en drijfgas. Er bestaan veel verschillende soorten. De meest gangbare in Nederland:

- Blussen door middel van poeder; Men spreekt dan van een poederblusser. Een poederblusser heeft een groot blussend vermogen, is geschikt voor vele soorten branden, niet elektrisch geleidend en niet vorstgevoelig. De blussende werking is ongeveer zesmaal die van bijvoorbeeld CO2. Een belangrijk nadeel van een poederblusser is de grote nevenschade aan elektronische apparatuur en de kans op herontsteking van de brand als er niet goed geblust is. Wanneer met een poederblusser is geblust, dan moet het overgebleven poeder met een industriële stofzuiger worden verwijderd, geen water.

- Blussen door middel van schuim; Men spreekt dan van een schuimblusser. Schuimblussers zijn simpel gezegd gevuld met water en een schuimvormend middel. De blussende werking van schuim berust op afdekking (zuurstof wegnemen) en in geringe mate op afkoeling. De meest toegepaste schuimblussers zijn de zogeheten sproeischuimblussers die door een aanpassing in de spuitmond elke druppel uitstromende vloeistof onderbreken met lucht. Hierdoor ontstaat een nevel, die niet elektrisch geleidend is. Bovendien heeft het mengen van lucht een langere blusduur als gevolg. Door de lange blusduur en de geringe nevenschade is een sproeischuimblusser uitermate geschikt voor thuis en kantoor.

- Blussen door middel van bepaalde gassen, met name koolstofdioxide (CO2). Deze blussers zijn direct te herkennen omdat ze een zwarte expansiekoker of sneeuwkoker aan het uiteinde van de slang hebben. Tussen expansiekoker en slang zit een handvat, dat men tijdens gebruik van de blusser moet vasthouden. Het handvat is nodig omdat het uiteinde van de onbeschermde koker zeer koud wordt (tot ongeveer -80 °C) en men door deze extreme kou derdegraads brandwonden op kan lopen.

Sprinklerinstallatie
Een sprinklerinstallatie is een vast aangebrachte brandblusinstallatie om een beginnende brand te detecteren, te signaleren en te beheersen dan wel te blussen. De installatie maakt gebruik van sproeikoppen (sprinklers) aan het dak of plafond die bij een bepaalde temperatuur water gaan sproeien. Doordat de sprinklers al bij een beginnende brand in werking treden, wordt de brand vaak goed onder controle gehouden en omdat ze zeer lokaal werken, blijft de omvang van de bij het blussen veroorzaakte waterschade beperkt.

Blusdeken 
Een blus- of branddeken is een deken die over een vuur is heen te leggen om het in een vroeg stadium te doven. De deken is gemaakt van een niet of zeer slecht brandbaar materiaal al dan niet gecoat met een brandwerend middel. Tegenwoordig wordt geweven glasvezel (in meerdere lagen aangebracht) veelvuldig gebruikt. Doordat de deken de zuurstof ontneemt van de vuurhaard dooft het vuur. Het blusmiddel is geschikt voor personen die in brand staan, maar niet voor vloeistof of oliebranden zoals de vlam in de pan. Een blusdeken is een zeer eenvoudig te gebruiken blusmiddel waar men weinig kennis voor nodig heeft om een beginnende kleine brand te blussen, bijvoorbeeld in een keuken. Op de houder van de blusdeken staat altijd een gebruiksaanwijzing afgedrukt.

Brandblussystemen

Wanneer er brand ontstaat zijn draagbare brandblussers vaak het eerste verdedigingsmiddel om kleine branden onder controle te krijgen. Er zin verschillende klassen bij een brand (A, B, C, D en F) er zijn verschillende blusmogelijkheden per klasse van brand. Daarbij moet de afweging worden gemaakt welk brandblussysteem het best past bij de organisatie waarin er wordt gewerkt.

Normen, wet- en regelgeving

- Brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties moeten wettelijk jaarlijks onderhouden worden conform de NEN 2654. Daarnaast moet een brandmeldinstallatie maandelijks gecontroleerd worden.

- NEN 2559 Onderhoud draagbare blustoestellen

- NEN 671-3 Onderhoud brandslanghaspels

- De regels voor brandveiligheid van gebouwen staan in het Bouwbesluit 2012. Een gebouw moet altijd voldoen aan de voorschriften die staan in het Bouwbesluit 2012. Gaat het om een gebouw met een verhoogd risico (bijvoorbeeld een kinderdagverblijf of hotel)? Dan moet u een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik aanvragen.