Basiskennis dossier energiebesparing

Samengesteld door: Kim Wolters, Henny Brullemans


Definitie

Energiebesparing verwijst naar alle energiebesparende maatregelen om de consumptie van brandstoffen te verminderen. Het kan worden bereikt door efficiënter gebruik te maken van energie. Energiebesparing kan leiden tot kapitaalsverhoging, minder belasting van het milieu en verminderde energieafhankelijkheid.

Facilitair

Iedere organisatie verbruikt energie en dat is een grote kostenpost. Besparen kan door gedragsverandering, anders energie inkopen, energiezuinige apparatuur en/of bouwtechnische maatregelen. Een onderneming kan energie besparen op gebied van verlichting, verwarming, koeling en kantoorapparatuur en bouwkundige maatregelen. Voor de facilitaire organisatie liggen hier dus grote uitdagingen. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) is duurzaamheid een zeer belangrijke pijler. Maar ook kostenreductie is uiteraard een grote drijfveer om als facilitair manager serieus werk te maken van energiebesparing.

Vormen van energiebesparing

Veel ondernemingen laten nog altijd kansen liggen op het gebied van energiebesparing. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de vele verlichting op de Nederlandse bedrijventerreinen. Ondanks de hoge energiekosten blijven er ‘s avonds en ‘s nachts de lampen vaak gewoon branden. Printers en pc’s blijven aan, of in stand-by modus. De verwarming of koeling draait gewoon door, terwijl iedereen naar huis is. Vrees voor hoge kosten van de verduurzaming van een gebouw is een belangrijke reden voor ondernemingen om nog altijd terughoudend te zijn met concrete maatregelen. Toch zal het zich vaak al op middenlange termijn terugbetalen. De verschillende vormen van energiebesparing in een notendop:

Binnenverlichting
In veel organisaties is de verlichting tijdens werktijden altijd aan. Hier zijn echter andere alternatieven voor. Verlichting kan daglichtafhankelijk geregeld worden, wanneer er veel daglicht binnenkomt zullen de lichten dimmen of uitschakelen tot er meer verlichting nodig is. Tevens kan de verlichting in doorloopruimtes inschakelen door middel van een bewegingsmelder, hierdoor zal er geen licht branden op plaatsen waar gaan mensen zijn. Uiteraard is het aan te raden om bij afsluiten na te gaan of alle lampen uitgeschakeld zijn. 

Na enkele jaren TL- verlichting verlies je 20% rendement. Dit is tegen te gaan door het poetsen van de reflectoren en spiegelroosters. Kies bij het vervangen niet standaard voor de goedkoopste vervanging, dit kan 20% rendement schelen en tevens kan een slechte kleurweergave invloed hebben op het werkklimaat.   

Wanneer gloei- en halogeenlampen meer dan enkele uren per maand branden kunnen deze het beste vervangen worden door spaar- of LED-lampen. Het rendementsverschil tussen gloeilamp en halogeen is 10 á 20 %. Grote halogeenspots in bijvoorbeeld een etalage kunnen het beste vervangen worden door LED of een gasontladingslamp, deze zijn zuiniger en duurzaam.

Buitenverlichting
Waaklicht moet heel de nacht branden omdat dit een preventieve maatregel is tegen inbraak of/en vandalisme. Echter kan een schijnwerper die het pand mooi verlicht na middernacht ook uit.

Besparing op verwarming en koeling
Ook hierbij draait het ten eerste om discipline en draagvlak. Wanneer er vanuit de medewerkers geen draagvlak is en dit ook niet gecreëerd kan worden zal het moeilijk zijn om op dit gebied te besparen. In moderne gebouwen is de klimaatbeheersing centraal geregeld, zowel verwarming als de koeling. Bij oudere panden is dit vaak niet het geval. Hier komen dan gemakkelijk energie slurpende situaties voor, bijvoorbeeld een open raam in combinatie met een draaiende airco.

Concrete maatregelen

  • Het gebouw waarin de organisatie gevestigd is, moet goed geïsoleerd zijn. Hierdoor blijft in de zomer de warmte buiten en in de winter de warmte binnen;
  • De thermostaat moet op een logische (warmere) ruimte geplaatst zijn zodat hij niet meer stookt dan noodzakelijk;
  • Aanschaf van zonwering zorgt voor minder warmte in de zomer, zie dossier Zonwering;  
  • Zorg voor periodieke controle en onderhoud aan verwarming- en/of koelinstallatie.  

Kantoorapparatuur
Laat computers, printers, kopieerapparaten na enige tijd op slaapstand springen. Dit heeft geen gevolgen voor de productiviteit van de medewerkers maar verbruikt wel minder energie. Daarnaast verbruikt een desktop meer energie in vergelijking met een laptop. Wanneer de desktop vervangen moeten worden kunnen deze qua energiebesparing het beste vervangen worden door een laptop.

Bouwkundige maatregelen  

Wet- en regelgeving

Het doel van de overheid is om in 2020 onze energie 14% duurzamer, in 2023 16% en in 2050 volledig duurzaam te krijgen. Duurzame energie is beter voor ons milieu omdat CO2 terugdringt en ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen en de landen die deze produceren. Hierover zijn wereldwijd harde afgesproken gemaakt, onder meer in het Verdrag van Kyoto. De Nederlandse overheid heeft ook de plicht om haar afspraken na te komen die er binnen de Europese Unie zijn gemaakt. Dit beleid heeft consequenties voor onder meer het bedrijfsleven. De wet- en regelgeving omtrent energiebesparing wordt dan ook ieder jaar verder aangescherpt.

Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de -regeling. Het gaat vooral om: Artikel 1.1 van de Wabo en artikel 1.1 van de Wet milieubeheer,  Artikel 1.10, artikel 2.1, artikel 2.14 en 2.15 van het Activiteitenbesluit en Artikel 2.16 en bijlage 10 bij de Activiteitenregeling.

Wanneer een organisatie meer van dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas per jaar gebruikt zal deze energiebesparende maatregelen moeten nemen. De kosten hiervoor zijn in minder dan 5 jaar terug te verdienen. Gebruikt een organisatie jaarlijks meer dan 200.000 kWh stroom of 75.000 m3 gas, dan mag de gemeente eisen dat er een energiebesparingsonderzoek uitgevoerd wordt. Wanneer het bedrijf meer dan 250 medewerkers heeft of een jaaromzet van boven de €50 miljoen dan zal er om de 4 jaar een energie-audit binnen de organisatie uitgevoerd moeten worden. Hiervoor gelden de richtlijn Europese Energie-Efficiency

Subsidies

De overheid geeft 6 fiscale regelingen getroffen om subsidie te geven aan bedrijven voor het aanschaffen van zonnepanelen.

1.   KIA, Kleinschaligheidsaftrek
Eenmalige belastingvoordeel voor het installeren van zonnestroominstallaties, die binnen drie maanden aangevraagd moeten worden. 

2.   EIA, Energie-Investeringsaftrek
Eenmalige belastingvoordeel voor het installeren van zonnestroominstallaties, die binnen drie maanden aangevraagd moeten worden.  Alleen geldig voor kleinverbruikers.

3.   MIA, Milieu-Investeringsaftrek
De bedrijfsmiddelen die worden aangeschaft om de energiebesparing te verwezenlijken kunnen tot 36% van het investeringsbedrag in minderheid worden gebracht op de fiscale winst.

4.   VAMIL, Willekeurige afschrijving milieu-investeringen
De naam zegt het al, je mag de investering afschrijven op een willekeurig moment.

5.   EDS, Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties
Het subsidiegeld op de installatie bij een sportstichting 15% of sportvereniging 30%.

6.   SDE+, Stimulering Duurzame Energieproductie
Hierdoor wordt de jaarlijkse meerprijs van duurzame energie, in vergelijking tot fossiele energie, gecompenseerd. Grootverbruikers mogen niet salderen, dit wil zeggen dat ze overtollig opgewekte energie doorverkopen aan een energieleverancier.