Basiskennis dossier kasten

Samengesteld door: Kim Wolters, Henny Brullemans


Definitie

 Een kast behoort tot het kantoor- of gebouwmeubilair. Ondanks de digitale revolutie, waarbij het meeste wordt opgeslagen in de cloud, blijft fysieke opbergruimte bij organisaties vanzelfsprekend noodzakelijk. Dat kan in vele verschillende soorten kasten, ieder met specifieke afmetingen, indelingen en materiaalsoorten. Welke het meest geschikt is, hangt af van verschillende factoren; de ruimte, het betreffende product en de mate van (brand)veiligheid.

Facilitair

Op ieder kantoor, bij ieder bedrijf of organisatie is behoefte aan opbergruimte. Dat kan zijn voor documenten, kantoorartikelen, schoonmaakartikelen, etc. De facilitaire dienst zorgt ervoor dat er voldoende kastruimte beschikbaar is binnen de organisatie. Welke behoefte er bestaat, kan per ruimte verschillen. Het soort kast moet nadrukkelijk afgestemd worden op deze behoefte. Het facilitair management is vervolgens betrokken bij de inkoop van de opbergsystemen.

Afwegingen die gemaakt worden bij de aanschaf van het juiste opbergsysteem:

- Bescherming tegen brand, en/of inbraak?
- Hoe groot moet de archiefkast of waardekast zijn om alle eigendommen veilig op te kunnen bergen? 
- Houd rekening met nu én later
- Een enkele deur of uitvoering met dubbele deur?
- Houd rekening dat de kluisdeur volledig open gedraaid moet worden voor volledige toegang
- Welke indeling? Alleen legplanken of frame voor hangmappen, uitschuifbare leesplank, afsluitbaar binnenvak?
- Type slot; bv sleutelslot, elektronisch codeslot, mechanisch  

Soorten

Kasten kunnen tegen een wand staan, ingebouwd zijn, als ’eiland’ in een ruimte fungeren of zelfs hangen. De indeling, omvang en materiaalsoort van de kast zijn afhankelijk van het doel en de omstandigheden (vakken, lades, deuren, sloten etc.).  Welke soorten kasten zijn er o.a.:

- Dossierkasten: een kast waar dossiers in opgeborgen kunnen worden. Dit kan een kast zijn met een rails voor dossiermappen, of met planken om bijvoorbeeld ordnermappen rechtop te plaatsen.
- Draaideurkasten; Een draaideurkast is een kast met deuren die naar de zijkant opendraaien. De inhoud en indeling van deze kasten zijn meestal optioneel. Zo kan de kast bijvoorbeeld ook lades hebben en het aantal planken kan aangepast worden op de wensen van de gebruiker.
- Roldeurkasten/schuifdeurkasten; een kast met een roldeur om hem te sluiten. Ook hier is de inhoud en indeling meestal optioneel. Zo kan de kast bijvoorbeeld ook lades hebben en het aantal planken kan worden aangepast.
- Vitrinekasten; een vitrinekast is ideaal om producten of materialen te etaleren. Voorkomt tevens schade en is onderhoudsarm.
- Ladeblok; Kasten voor onder het bureau, voor extra opbergruimte.
- Lockerkasten; Zie dossier Lockers voor meer informatie over dit onderwerp.
- Brochurekasten; In deze kast zijn makkelijk brochures, kranten en andere communicatievormen aan te bieden.

Trends/ontwikkelingen

Akoestische kasten
Deze kasten zijn multifunctioneel omdat ze naast de opbergfunctie een dempende werking hebben. In een kantooromgeving werkt rust een goede arbeidsproductiviteit van de medewerkers in de hand. Elk geluid zorgt voor afleiding en hindert dus de concentratie. Kwaliteit en/of kwantiteit van het werk hebben hieronder te lijden. Het geluid kan natuurlijk veroorzaakt worden door externe omstandigheden, of door radio of cd. Maar het is verbazingwekkend hoeveel geluid een bureaula of een kastdeur kan veroorzaken als deze open of dicht gaat. De oorzaak? Het gebruikte materiaal. Om dit probleem op te lossen zijn er de akoestische kasten. Bij een akoestische kast absorbeert de deur het geluid. Bij de luxe akoestische kasten is zelfs de achterzijde gemaakt van akoestisch materiaal. Werkplekken zijn steeds minder in hokjes, in aparte kamertjes ingedeeld. Een open werkplek vraagt om open communicatie, maar ook om rustpunten. De arbeidstevredenheid van medewerkers zal toenemen, als zij meer rust ervaren op de werkplek.

Brandwerende kasten
Een kast kan belangrijke zaken bevatten, zoals (personeels)dossiers, contracten en andere belangrijke documenten. Maar ook kostbare producten en materialen worden erin opgeslagen. Hiervoor zijn er speciale inbraak werende en brandwerende kasten op de markt. Een standaard archiefkast met een cilinderslotje is gemakkelijk open te breken en beschermd niet tegen brand. Een brandwerende archiefkast is daarom een betere keuze. De uiteenlopende range brandwerende kasten en kluizen biedt ruime keuze van een kleine enkeldeurs kast tot een grote met dubbele toegangsdeur. Afhankelijk van het risico en waarde van de documenten bestaat er een keuze voor brandveiligheid van 30 tot 120 minuten.

Een brandwerende kast wordt dubbelwandig opgebouwd van dun staalplaatmateriaal. Door de ruimte in de holle wand van de romp en kluisdeur te vullen met een isolatiemateriaal wordt een brandwerende constructie verkregen volgens DIN 4102. Een eenvoudige manier om een archiefkast 'doffer' (zwaarder) te laten klinken én enige brandvertraging te realiseren.

Normen, wet- en regelgeving

Wanneer verpakte gevaarlijke stoffen in een brandveiligheid opslagkast worden bewaard die na 1 januari 2006 in gebruik is genomen, moet deze kast voldoen aan NEN-EN-14470-1. Een kast die voor die datum in gebruik is genomen moet voldoen aan NEN 2678. De belangrijkste verschillen tussen deze normen zijn:

·         De productopvangcapaciteit wordt in de nieuwe norm op een andere manier berekend

·         De nieuwe norm maakt onderscheid in veiligheidsklassen, gebaseerd op de brandwerendheid in minuten: type 15, 30, 60 en 90. Type 15 is ongeschikt voor opslag volgens PGS 15.

Voordat tot de aanschaf van een brandveiligheid opslagkast wordt overgegaan, is van belang vast te stellen wat de wensen en eisen zijn aan de opslagvoorziening. Welke stoffen zullen worden opgeslagen en in welke hoeveelheid? Bij de opslag van spuitbussen is minimaal een type 60 kast vereist. Als voor de te bewaren stoffen stoffenscheiding noodzakelijk is, moet de kast met praktische voorzieningen (lekbakken) zijn uitgerust. Wanneer meerdere kasten nodig zijn, wordt het maximale aantal per oppervlak bepaald door de vraag of de brandveiligheid opslagkast op een verdieping wordt geplaatst en of sprake is van een brandcompartiment. Wordt meer dan 150 liter opgeslagen, dan geldt ook dat minimaal een type 60 kast nodig is. Verder is nog belangrijk dat de kast moet kunnen worden aangesloten op een ventilatiesysteem dat geschikt is voor een brandveiligheid opslagkast.

DIN OPSLAGKASTEN
In Nederland zijn er diverse kasten in gebruik voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Deze hebben verschillende leeftijden en ook verschillende herkomsten. Zeker in de beginjaren van het gebruik van brandveiligheid opslagkasten was er vraag naar opslagvoorzieningen maar ontbrak het aan een norm. De Nederlandse NEN 2678 stamt uit juli 1988. De NEN 2678 kent een veiligheidsperiode van 40 minuten. Ook eist de NEN 2678 een productopvangcapaciteit van 100% van alle in de kast opgeslagen gevaarlijke stoffen. De DIN 12925-1 1998 vereist 110% van de grootste in deze kast aanwezige emballage. Als een kast voor de opslag van gevaarlijke stoffen niet beschikt over een opvangcapaciteit van 100% van de in de kast opgeslagen gevaarlijke stoffen zullen er dus lekbakken gehanteerd moeten worden om ten minste net zo veilig te kunnen functioneren als een NEN 2678 opslagvoorziening.

Brandveiligheid opslagkasten
De norm NEN-EN-14470-1 kent 4 categorieën van brandwerendheid, te weten 15, 30, 60 en 90 minuten. Afhankelijk van de toepassing van een brandveiligheid opslagkast moet gekozen worden voor een bepaalde veiligheidsklasse (30, 60 of 90). Voor de opslag van gevaarlijke stoffen die onder PGS 15 vallen is het type met 15 minuten brandwerendheid niet geschikt. Overeenkomstig de Europese norm EN-14470-1 moet op de voorkant (buitenkant) van de kast op een goed zichtbare plaats de volgende informatie zijn aangebracht:

– deuren sluiten (wanneer kast niet wordt gebruikt);
– gevaarsymbool VUUR, open vlam, roken verboden overeenkomstig ISO 3864;
– gevaarsymbool BRANDGEVAARLIJKE stoffen overeenkomstig ISO 3864;
– de van toepassing zijnde norm, bij nieuwe kasten vanaf mei 2004 moet dit zijn: EN-14470-1 of NEN-EN-14470-1;
– de brandwerendheid prestatie van de kast, aangegeven in type 30, 60 of 90.

Op de kast moet de volgende informatie zijn aangebracht:

– naam of merk van de producent;
– model nummer en jaar van productie;
– maximum toegestane emballage;
– maximale belasting legbord.

Om aan te tonen dat de kast ook werkelijk als type is getest dient de leverancier een testrapport met de kast mee te leveren. Dit testrapport bestaat uit een samenvatting van onderzoek waarin wordt verwezen naar het volledige beproevingsverslag en een omschrijving van het resultaat. Deze samenvatting moet zijn afgedrukt op een document voorzien van logo en naam van het onderzoeksinstituut dat de proef heeft uitgevoerd. Het onderzoeksinstituut moet een voor die verrichting geaccrediteerde instelling zijn.

Ventilatie
De ventilatie-eis zoals is opgenomen in voorschrift 3.7.1 van de PGS 15 is van overeenkomstige toepassing op de opslag van stoffen in een brandveiligheidskast. Over het algemeen kan worden gesteld dat in het kader van de opslag van de gevaarlijke stoffen geen ventilatie noodzakelijk is in de opslagkasten. Het uitgangspunt is dat de kasten alleen van ventilatie voorzien moeten zijn als dat noodzakelijk is op basis van de stoffen die in de kast worden opgeslagen. Als een ‘oude kast’ (eerste gebruik van voor 1 januari 2006) alleen op dat punt niet voldoet aan de NEN 2678, zal dat geen reden moeten zijn om de kast niet meer te gebruiken. Het moet wel een kast zijn die op alle andere aspecten voldoet aan de NEN 2678.

Aanverwante dossiers

Archiefbeheer, Document, Interieurinrichting, Kantoorinrichting, Lockers, meubilair.




Verdiepende kennis