Basiskennis dossier noodverlichting

Samengesteld door: Kim Wolters, Henny Brullemans


Definitie

Noodverlichting is verlichting die gaat of blijft branden bij het uitvallen van stroom. De meest bekende variant is de vluchtwegaanduiding, de groene bordjes. Waar vroeger deze verlichting pas aanging bij calamiteiten is het nu beschreven dat deze altijd dienen te branden. In grote ruimten en op vluchtwegen is ook een ander type noodverlichting geplaatst, Deze noodverlichting moet zorgdragen dat mensen zonder het ontstaan van paniek veilig het pand kunnen verlaten. De noodverlichting is in alle gevallen aangesloten op het stroomnet maar kan ook functioneren zonder stroom door een batterij of noodstroomvoeding. In het dossier noodverlichting wordt gekeken naar de noodzaak van noodverlichting, het gebruik en het onderhoud ervan. In het dossier Vluchtwegsignalering wordt de wet- en regelgeving en de NEN-normering van noodverlichting besproken.

Facilitair

Het is van belang dat bij een ontruiming(oefening) de vluchtroutes helder zijn aangegeven en de nooddeuren en vluchtdeur functioneren. De facilitair manager is veelal verantwoordelijk voor het inrichten, beheren en onderhouden van de noodverlichting. Deze zal periodieke controles moeten uitvoeren of de route die de noodverlichting aangeeft bruikbaar en begaanbaar is.

Noodverlichting op de werkvloer

 De gebruiker van het pand is verantwoordelijk voor het naleven van de regels uit o.a. het bouwbesluit. Daarnaast is de werkgever verantwoordelijk voor de mensen die zich in het pand bevinden. Door een gebouw te voorzien van noodverlichting waarborg je de veiligheid van de mensen in het gebouw. Noodverlichting wordt vaak samen gezien met brand. Maar noodverlichting is ook van essentieel belang bij het uitvallen van elektrische spanning waardoor een gebouw moeilijk te verlaten is of waardoor onnodig paniek ontstaat. Noodverlichting is eigenlijk noodzakelijk bij het wegvallen van de elektrische spanning ongeacht de oorzaak hiervan.

Voordelen

  • Mensen kunnen gemakkelijk de eerste toegankelijke deur vinden;
  • Mensen kunnen gemakkelijk op een of meerdere plekken bijeen worden gebracht;
  • Mensen raken minder snel in paniek;
  • Mensen kunnen gevaarlijke werkzaamheden afronden;
  • Hulpdiensten kunnen hun taken makkelijker vervullen

Nadelen

  • In geval van paniek schakelen mensen over naar overlevingsmodus en zullen ze de dagelijkse route proberen te volgen;

Soorten noodverlichting

Algemeen:

Centraal gevoede noodverlichting
De armaturen worden gevoed vanuit één centrale voedingskast waarin zich één of meerdere accu’s bevindt. De armaturen zelf zijn niet voorzien van een accu. Dit type noodverlichting wordt over het algemeen gebruikt bij grote gebouwen.

Decentraal gevoede noodverlichting
Hierbij bestaan de armaturen uit een ingebouwde batterij en een lader die aangesloten worden op de constante voeding. Bij stroomuitval neemt de ingebouwde batterij het over waardoor de decentrale gevoede noodverlichting niet afhankelijk is van de elektrische spanning van een gebouw. 

Specifiek:

Stand-by-verlichting (of vervangingsverlichting)
Dit gedeelte van de noodverlichting maakt het mogelijk om de normale werkzaamheden voort te zetten. Een aggregaat neemt bijvoorbeeld de stroomvoorziening over. Voor noodverlichting van werkplekken met een verhoogd risico geldt: een minimale verlichtingssterkte van 15 lux op de vloer en minimaal 10 procent van de normale verlichtingssterkte.

Vluchtwegverlichting
Dit gedeelte van noodverlichting geldt voor vluchtroutes tot twee meter breed. De horizontale verlichtingssterkte op de middellijn van de vluchtweg moet minimaal 1 lux zijn en de midden brand moet ten minste 0,5 lux zijn. Bredere vluchtroutes worden gezien als meerdere stroken van twee meter breed.

Vluchtwegaanduiding
Elke deur of doorgang op de vluchtroute alsmede elke wijziging of kruising moet worden voorzien van een verlicht pictogram met aanduiding van de juiste vluchtroute. De herkenningsafstand is 200 maal de hoogte van het groene vlak van het pictogram bij intern aangelichte pictogrammen. Bij extern aangelichte pictogrammen halveert deze afstand.

Anti-paniek-verlichting
Dit type noodverlichting, anti-paniek-verlichting, wordt toegepast in ruimten die dienen om paniek te voorkomen. Dit zijn geen vluchtwegen. Deze noodverlichting wordt bereikt middels een horizontale verlichtingssterkte van minstens 0,5 lux op de vloer, zodat mensen de vluchtroute veilig kunnen bereiken. De 0,5 lux geldt niet in een randzone van 0,5 m van het gebied.

Plaatsing van de noodverlichting:

  • iedere uitgangsdeur voor ontruiming;
  • alle trappen waarbij iedere tree direct licht ontvangt;
  • elke niveauverandering;
  • iedere vluchtweg-aanduiding en nooduitgang;
  • elke richtingsverandering van de vluchtweg;
  • elke kruising van gangen;
  • de ontruimingsuitgang;
  • de eerste hulp-post (5 lux);
  • iedere brandblusvoorziening of brandmeldpunt (5 lux);

Inspectie en onderhoud

De regelgeving schrijft voor de er minimaal een keer per jaar inspectie en onderhoud aan de verlichting gedaan moet worden conform de NEN-EN50172 of ISO blad 79. Er wordt vaak gedacht dat er weinig verschil zit tussen het inspecteren en onderhouden van noodverlichting. Inspectie en onderhoud vragen echter om andere, specifieke kennis. Bij een inspectie gaat het over de wet- en regelgeving omtrent noodverlichting en de risico’s die aangegeven worden in de RI&E. Het is dus niet alleen testen, beoordelen en vervangen van noodverlichting of onderdelen hiervan.  Onderhoud van noodverlichting is een praktischere en technischere taak. Het onderhoud is te onderscheiden in correctief onderhoud waar defecten en eventuele aanpassingen gedaan worden. Daarnaast heb je preventief onderhoud wat bestaat uit reiniging van de armaturen, en het vervangen van de accu’s en lichtbronnen. Tijdens het onderhoud wordt beoordeeld of verwacht mag worden dat het betreffende armatuur het komende jaar correct zal functioneren.

Wet- en regelgeving

De Arbowet en het Bouwbesluit 2012 zijn de basis voor het ontwerp en onderhoud van noodverlichting. Het Bouwbesluit 2012 kijkt naar de functie en het gebruik van het gebouw. De gebruiker is hier verantwoordelijk en de gemeente heeft vaak een controlerende functie. In het kader van de Arbo-wet is het Arbobesluit van kracht. Hiervoor is de werkgever verantwoordelijk.

NEN-EN 1838:2013: Noodverlichting is een van de noodzakelijke voorzieningen, omdat deze een veilig gebruik van de vluchtwegen en nooduitgangen mogelijk maken. Voor noodverlichting is de Europese norm NEN-EN 1838:2013 van toepassing. De norm geldt voor gebouwen waar publiek en werknemers toegang tot hebben. Deze norm verwijst weer naar NEN-EN-IEC 60598-2-22:2014, die de eisen beschrijft voor verlichtingsarmaturen. De norm voor noodverlichting verdeelt de noodverlichtingsinstallatie in diverse onderdelen.

NEN-EN 50171: noodverlichtngsinstallaties

NEN-EN 50172: onderhoud (ISO 79 is hieraan gelijk)

ISO 7010: pictogrammen (vervangt NEN 6088)

Aanverwante dossiers

Bedrijfshulpverlening, Brandpreventie, Brandbestrijding, Gebouwbeheer, vluchtwegsignalering, Veilige werkplekVeiligheidsartikelen