Renovatie van schoolgebouwen gezamenlijk bekostigen?

Eind 2016 lanceerden de sectorraden Primair en Voortgezet Onderwijs en de Vereniging Nederlandse Gemeenten een voorstel aan de minister voor onderwijs over het up-to-date houden van schoolgebouwen, waarbij zij beloofden dit voorstel nog verder uit te werken. Renovatie zou een gezamenlijk te bekostigen oplossing moeten zijn.  

Sindsdien is de worsteling van schoolbesturen in sommige gemeenten, die al willen anticiperen op dit voorstel, alleen maar complexer geworden, zo blijkt uit de vraagstukken die de leden aan bijvoorbeeld Verus (vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs) voorleggen. Er wordt van de schoolbesturen in het VO soms een behoorlijk grote bijdrage in de financiering van de renovatie gevraagd en ook PO-besturen voelen de druk om ook zelf voor een aandeel in de financiën te zorgen. Onlangs presenteerden de sectorraden en de VNG een nieuw voorstel, dat zij aan de minister voor onderwijs willen voorleggen. Verus constateert een aantal in het oog springende wijzigingen, ten opzichte van het voorstel uit 2016. In dit artikel wordt ingegaan op het onderdeel ‘renovatie’. Om maar met een belangrijk verschil te beginnen: renovatie wordt een volwaardige voorziening voor de bekostiging waarvan de gemeenten verantwoordelijk zijn. Dus geen cofinanciering? Toch nog wel een beetje, namelijk als het gaat om vervroeging van het moment waarop renovatie plaatsvindt; om vergroting van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting (boven normatief) of om een investering waardoor verlaging van de exploitatielasten met een redelijke terugverdientijd kan worden gerealiseerd. Bovendien kunnen schoolbesturen onder bepaalde voorwaarden op vrijwillige basis mee investeren in de normatieve kwaliteit als het bekostigingsplafond ontoereikend is. Dit laatste heeft als gevaar dat er ten onrechte druk op schoolbesturen wordt uitgeoefend in gemeenten die aangeven ‘geen geld te hebben’. Deze druk dient vermeden te worden. Verus vindt daarom dat het bekostigingsplafond altijd afdoende moet zijn om de schoolgebouwen in een goede conditie te krijgen en te houden. Daarnaast kan deze mogelijkheid leiden tot vergroting van verschillen tussen schoolbesturen die minder financiële ruimte en daardoor minder mogelijkheden hebben om mee te investeren dan rijkere schoolbesturen. De vraag is of dit wenselijk is. Verder valt op dat renovatie als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt beschouwd. Renovatie moet, volgens het voorstel, daarom leiden tot een startsituatie die in kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw. Toch is er wel verschil: renovatie leidt tot een levensduurverlenging van minstens 25 jaar. In de huidige modelverordening (die nog zal worden aangepast) wordt uitgegaan van een levensduur van ten minste zestig jaar voor permanente nieuwbouw.  

Het lijkt erop dat er weer een ijkpunt komt op het moment dat een schoolgebouw 40 jaar oud is. Dit is het moment waarop – volgens het voorstel - het schoolgebouw ‘in de regel’ het einde van de technische en economische levensduur heeft bereikt en de behoefte bestaat tot omvangrijk groot onderhoud, renovatie of vervanging van het gebouw. ,,Onze ervaring is dat een schoolbestuur dat bij de gemeente aanklopt met een verzoek tot renovatie/nieuwbouw te vaak te horen krijgt dat sprake is van (achterstallig) groot onderhoud (of onderwijskundige aanpassingen die) dat voor rekening van het schoolbestuur komt/komen. Het zou daarom aan te bevelen zijn om duidelijk in de regelgeving op te nemen dat er na veertig jaar een vermoeden bestaat dat een gebouw aan het eind van de technische levensduur is, waardoor van een eventuele afwijzing van de gemeente een verzwaarde motivatie kan worden gevraagd.

actueel
14-06-2018 10:06

Best bekeken

Kiezen tussen Lean en Agile niet nodig

Er zijn significante verschillen tussen Lean en Agile. Voor organisaties die hun slagkracht en wendbaarheid willen vergroten, klantgerichter willen werken en meer efficiëntie nastreven is de keuze daarom lastig. Wanneer kies je voor Lean en wanneer is Agile een betere methodiek? Volgens Martijn ...

Klanten De Lage Landen tevreden

De Lage Landen Translease heeft dit jaar de meest tevreden klanten. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek Fleetmanagement van het onderzoeksbureau Heliview. Bij dit onderzoek is aan circa 6000 wagenparkbeheerders hun mening gevraagd over dertig aspecten met betrekking tot dienstverlening, ...