‘Samen nieuwe technologie toepassen’

,,Laatst schrok ik van een klein onderzoek van het energiebureau e-Nolis. Hieruit bleek dat maar liefst twee derde van de kantoorgebouwen meer energie verbruikt dan hun energielabel aangeeft. Voor dit onderzoek zijn meer dan 110 gebouwen bekeken, met een totaal vloeroppervlak van boven de een miljoen vierkante meter. Het bericht baart me zorgen. Twee derde van de kantoorgebouwen, dat is nogal wat. Hoe kan deze situatie zijn ontstaan?’’

Aan het woord is Marc Kooij, senior business development manager Strukton Worksphere. ,,De nieuwe systemen die gebouwen zuiniger en comfortabeler maken, zijn complexer dan we gewend zijn. Er is specialistische kennis nodig om die systemen optimaal in te stellen. Gebeurt dit niet, dan blijft het rendement lager dan mogelijk is. Eenvoudig voorbeeld: systemen blijken vaak nog door te draaien buiten de gebruikstijden van het gebouw. Door hun complexheid stellen deze systemen ook andere eisen aan onderhoudspersoneel. Vaak is herscholing nodig. Denk ook aan de auto-industrie, waarbij monteurs de auto’s met laptops te lijf gaan en op afstand het oliepeil uitlezen. Vergelijkbare ontwikkelingen vinden nu ook in gebouwen plaats.’’ Volgens Kooij is de conclusie dat we steeds duurzamer ontwerpen en bouwen, maar dat we daaruit vervolgens verre van het maximale resultaat halen. ,,De gebruikers genieten door het slechter functionerende pand niet het comfort dat binnen bereik had gelegen. Ik denk overigens dat er nog een andere, achterliggende oorzaak is van dit achterblijven in energieprestaties. De benadering van het onderhoud van gebouwen vindt nog te veel plaats vanuit de kosten. Het uitgangspunt is dat het een noodzakelijk kwaad is en dat het zo goedkoop mogelijk moet gebeuren. Hierdoor worden bepaalde taken in overleg minder uitgevoerd.’’ Daarnaast is onderhoud een wat ongrijpbaar fenomeen, aldus Kooij. ,,Bouwen is concreet: na afloop kun je het gebouw bewonderen en gebruiken. Maar het onderhoud is onzichtbaar. Het gaat om handelingen waarvan het resultaat vaak pas na lange termijn zichtbaar is. Als je nu niets doet, heb je daar pas over vijf jaar of later last van. Ook door wisseling van eigenaren en onderhoudspartijen krijgt het onderhoud niet de aandacht die het verdient en blijven partijen naar elkaar wijzen. Kooij adviseert onderhoudsbedrijven en opdrachtgevers om samen nieuwe technologie verder toe te passen, door te ontwikkelen en te benutten. ,,Het is goed om te beseffen dat het bij onderhoud van een gebouw over langdurige trajecten gaat en dat er dus een visie op die lange termijn nodig is. Gelukkig betekent die lange duur ook dat er opgeteld heel veel te winnen valt. Wie pakt de handschoen op? Er ligt een uitdaging voor ontwikkelaars, eigenaars, leveranciers, gebruikers en onderhoudsbedrijven.’’  

actueel
23-01-2018 09:01

Best bekeken

Fm en duurzame daden

Nu duurzaamheid op de agenda van vrijwel iedere facilitair manager staat, rijst de vraag wat hij moet weten om dit onderwerp bij de kop te pakken. Facilitair managers zijn al langer bezig met de ecologische gevolgen van de bedrijfsvoering en spelen hierop in door de introductie van bijvoorbeeld een ...

Veilige kersversieringen onontbeerlijk

Nederland ontbeert duidelijke regelgeving met betrekking tot de brandveiligheid van versieringmaterialen zoals kerststukjes. Daarom werkt het centrum van normalisatie NEN aan een eenduidige richtlijn. Aan deze Nederlandse Technische Afspraak (NTA), met nummer 8007, werken landelijke organisaties mee ...