Vastgoed as a Service in opkomst

In de afgelopen vijftien jaar zijn grote delen van het facilitaire werk uitbesteed aan leveranciers. Waar eerst de medewerker postkamer van de payroll verdween, is in sommige organisaties zelfs de facilitaire regisseur in de markt belegd. In lijn met de ontwikkelingen uit de consumentenmarkt, worden turn-key concepten uiteindelijk leidend. Vastgoed as a Service: de werkplek niet als product, maar als dienst.  

De uitbestedingsgolf blijft doorzetten. De rijksoverheid opende de laatste jaren diverse DBFMO-gebouwen waarin grote delen van facility management en huisvesting zijn uitbesteed. Waar eindigt deze ontwikkeling? Is er nog een volgende stap als je alle diensten hebt uitbesteed aan leveranciers? Bote Scholtens en Sjoerd Memelink, beide adviseurs bij Twynstra Gudde, geven tekst en uitleg. ‘Je kunt je afvragen waarom we alsmaar blijven uitbesteden. Inkopen kost veel tijd en contracten zijn in de praktijk lang niet altijd zaligmakend. Maar we komen erachter dat de markt sneller is in het doorvoeren van vernieuwingen en verbeteringen. Steeds meer organisaties focussen zich op hun core business en daar horen schoonmaak en catering niet bij. Door uit te besteden wentel je risico’s en verantwoordelijkheid af op leveranciers en dat spreekt organisaties aan. Maar een andere, nog veel belangrijkere reden voor uitbesteding is de steeds kritischer wordende gebruiker. Werknemers verlangen dat ook de facilitaire dienstverlening vernieuwend en van hoge kwaliteit is. De minder honkvaste werknemer van nu vertrekt naar een andere werkgever als hij niet krijgt wat hij wil.  

De facilitaire dienstverlening volgt – weliswaar langzaam – de ontwikkelingen op de consumentenmarkt, en dan vooral die van de jonge generatie. Laten we eens kijken naar hoe businessmodellen zich in de consumentenmarkt hebben ontwikkeld. Kunt u zich het nog herinneren? De cd’s voor Microsoft Office 2007 kopen bij de computerwinkel? Of de nieuwste single van Robbie Williams halen bij de Free Record Shop? Gedreven door technologische ontwikkelingen worden deze producten tegenwoordig via internet aangeboden. Maar er is nog een verschil: deze producten neem je nu af als dienst waarvoor je een maandelijks vast bedrag betaalt. Robbie Williams luister je nu via Spotify en Office 365 neem je voor tien euro per maand af van Microsoft. Ook in vastgoed zie je deze vorm van dienstverlening de laatste jaren opkomen. Zogeheten flexibele kantoorruimtes of ‘coworking spaces’ schieten als paddenstoelen uit de grond. Bij hen neem je een ‘all inclusive service’ af: je betaalt een vast bedrag per werkplek per maand welke is vastgelegd in een kortdurend huurcontract en je hoeft verder niets meer te regelen. Deze partijen turnen incourante kantoren om tot hippe werkplekken en maken van aftandse gebieden weer proeftuinen met nieuwe energie en creativiteit.  

Waar je in de crisis vooral zzp’ers en start-ups gebruik zag maken van deze aanbieders, kiezen nu ook middelgrote en zelfs corporates voor deze vorm van huisvesting. De werkgever heeft namelijk een korter en flexibeler huurcontract en krijgt daarvoor een leverancier die zich niet focust op vierkante meters, maar op het leveren van toegevoegde waarde voor de eindgebruiker. Door huisvesting als service aan te bieden moet hij ervoor zorgen dat zijn diensten continu blijven aansluiten op de behoeften van de gebruiker. Doet hij dit niet, dan kiest die gebruiker voor een ander. Deze kentering heeft potentieel grote gevolgen voor de facilitaire markt. Allereerst verandert het speelveld van de facilitair manager en dienstverlener. Waar de gebruiker c.q. klant momenteel de directe gesprekspartner van de facilitair manager is, voert de klant bij Vastgoed as a Service het gesprek met de assetmanager of zelfs de eigenaar. De facilitair dienstverlener valt hier tussenuit. De prikkel voor de vastgoedeigenaar om niet te focussen op vierkante meters, maar op toegevoegde waarde voor de eindgebruiker heeft ook impact: een verandering van focus op assetmanagement naar employee experience. De eigenaar raakt meer betrokken bij de toegevoegde waarde van zijn vastgoed en alle diensten die daarbij worden geleverd. Dit vraagt dus ook meer expertise van de gebouweigenaar op het gebied van facilitaire dienstverlening. De facto neemt de vastgoedeigenaar de rol van facilitair manager en al zijn diensten eigenlijk over. Je kunt dit zien als de volgende fase van ‘facilitaire regie’ of integrated facility management (IFM), waar niet alleen de dienstverlening, maar ook het hele facilitair management in handen komt van de markt, in dit geval de vastgoedeigenaar.’

actueel
04-07-2018 11:07

Best bekeken

Kiezen tussen Lean en Agile niet nodig

Er zijn significante verschillen tussen Lean en Agile. Voor organisaties die hun slagkracht en wendbaarheid willen vergroten, klantgerichter willen werken en meer efficiëntie nastreven is de keuze daarom lastig. Wanneer kies je voor Lean en wanneer is Agile een betere methodiek? Volgens Martijn ...

Klanten De Lage Landen tevreden

De Lage Landen Translease heeft dit jaar de meest tevreden klanten. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek Fleetmanagement van het onderzoeksbureau Heliview. Bij dit onderzoek is aan circa 6000 wagenparkbeheerders hun mening gevraagd over dertig aspecten met betrekking tot dienstverlening, ...