Basiskennis dossier afvalbeheer

Samengesteld door: , Henny Brullemans


Beleidsuitgangspunten

Het beleid voor preventie en daardoor het beperken van de milieudruk is vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan, kortweg LAP genoemd. Hoofdstuk 13 van het LAP gaat specifiek in op afvalpreventie. Bij het beheer van afvalstromen is de voorkeursvolgorde, zoals vastgesteld in de Wet milieubeheer en het LAP:

  • Kwantitatieve preventie: het ontstaan van afvalstoffen wordt voorkomen of beperkt.
  • Kwalitatieve preventie: bij het vervaardigen van stoffen, preparaten of andere producten gebruik maken van stoffen en materialen die na het gebruik van het product geen (of zo min mogelijk) nadelige gevolgen voor het milieu hebben.
  • Nuttige toepassing door producthergebruik: stoffen, preparaten, of andere producten na gebruik opnieuw gebruiken als hetzelfde materiaal of product.
  • Nuttige toepassing door materiaalhergebruik: de stoffen en materialen waaruit een product bestaat na gebruik van het product opnieuw gebruiken.
  • Nuttige toepassing als brandstof: afvalstoffen toepassen met een hoofdgebruik als brandstof, of met een andere methode van energieopwekking.
  • Verbranden als vorm van verwijdering: afvalstoffen verwijderen door deze te verbranden op het land;
  • Storten: afvalstoffen storten op een stortplaats.