Basiskennis dossier ontruimingsplannen


 Een ontruimingsplan is in het leven geroepen om er voor te zorgen dat er in geval van nood zo veel mogelijk mensen een gebouw zo veilig mogelijk kunnen verlaten. Daarnaast is een ontruimingsplan een middel om te zien wat er wordt verwacht van de BHV’ers bij bijvoorbeeld een brand, bommelding, ontruiming of stroomuitval. Een ontruimingsplan speelt een grote rol tijdens de voorbereiding op eventuele calamiteiten en is hierdoor van belang bij een echte evacuatie.

Verschil brandmeldinstallatie en ontruimingsinstallatie

 In de praktijk is er bijna nooit verschil tussen een brandmeldinstallatie en een ontruimingsinstallatie. Als een brandmeldinstallatie (met handbrandmelders en eventueel automatische melders) is geëist, dan is ook een ontruimingsalarminstallatie geëist (bijvoorbeeld sirenes met een slow-whoop toonsignaal). Dit is de meest voorkomende combinatie, maar ook is ontruiming met een stil alarm mogelijk of met gesproken woord.

Beheerder brandmeld- en ontruimingsinstallatie

 Het aanstellen van een beheerder brandmeldinstallatie is verplicht voor alle via het bouwbesluit geëiste installaties, met of zonder certificering en met of zonder doormelding. De gebruiker van een gebouw is verantwoordelijk voor het aanstellen van één of meerdere beheerders, die zijn opgeleid voor de werkzaamheden en beschikken over een vereist bewijs van vakbekwaamheid. Bij Branddetectieservice kun je een beheerderstraining volgen en het NIBHV-diploma beheerder brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties behalen. De taken van een beheerder brandmeldinstallatie (BMI) en ontruimingsalarminstallatie (OAI) bestaan uit het dagelijks beheer en verplichte maandelijkse controles. Maandelijks moet onder meer de doormelding met de alarmcentrale worden getest. Twee keer per jaar betreft het een meer uitgebreide controle, waarbij onder meer alle componenten visueel moeten worden gecontroleerd en de ontruiming door een brandmelding en via het ontruimingspaneel in alarm moet worden gebracht.

Checklist

 Op een checklist staan sowieso de volgende onderdelen:

-      voorbereiding (alarmering, instructies, vluchtroutes, verzamelplaatsen)

-      BHV-taken (eerste hulp verlenen, ontruimingsbepaling, signaleren en beslissen tot ontruiming, hulpdiensten inschakelen, aanwezigheid personen controleren, controle op toegangswegen en verzamelplaatsen)  

Assistentie, waarneming en beoordeling oefening

 -      Wanneer jouw BHV-organisatie hier klaar voor is, kun je proberen de hulpdiensten bij de oefening te betrekken. Stelregel hiervoor is dat jouw BHV-organisatie voldoende professioneel moet zijn en de oefening ook een meerwaarde heeft voor de hulpdiensten. Nodig brandweerkorpsen eerst eens uit voor een rondleiding in het pand.

-      Voor ambulancediensten gelden hele andere belangen. Vaak zijn de ambulancediensten commerciële vervoerders. Zij komen dus niet gratis bij jouw oefening. Zorg bij de deelname van ambulancediensten dat zij op de hoogte zijn wanneer je Lotus-slachtoffers (slachtofferacteurs gebruikt). Licht ook de brandweer in, wanneer het pand is aangesloten op het Openbaar Meld Systeem (OMS). Een alarm komt dan direct binnen bij de brandweermeldkamer.

-      Tijdens de oefening zorg je er voor dat een aantal personen wordt belast met waarneming (plotters en ploegleider). Deze mensen kunnen een checklist krijgen om eenvoudige zaken te beoordelen, maar staan er primair voor de veiligheid. De waarnemers houden toezicht op de oefening en geven het aan wanneer een situatie écht uit de hand loopt met een ‘No Play’ procedure. Bespreek dit ook met de deelnemers wat dan te doen!

-      Je kunt de beoordeling zelf doen, maar beter is het om een onafhankelijke partij dit te laten doen. Zij hebben een frisse kijk op de situatie. Er zijn bedrijven die ook de organisatie van de oefening uit hand nemen, met daarbij de beoordeling en evaluatie. Deze bedrijven verzorgen vaak ook de opleidingen BHV en EHBO. Zorg dat je de evaluatie met alle deelnemers doet en na afloop met alle collega's of andere deelnemers deelt.

Draaiboek ontruimingsoefening

 Vraag je van tevoren af wat je gaat ontruimen. Het hele pand of slechts een deel? Organiseer je kleinere oefeningen, maar wil je wel alle BHV’ers aan het werk zien? Kies dan voor meerdere gedeeltelijke ontruimingen. Kunnen jullie een grotere uitdaging aan of heb je minder tijd om dit vaak te herhalen? Kies dan voor een totale ontruiming. Vaak hangt dit samen met de aard van de locatie, bijvoorbeeld een volcontinue bedrijf of een onderneming, die vooral binnen kantoortijden bezet is.

Ontruimingsoefening verplicht of niet?

 Er bestaan heel wat verschillende opvattingen over het verplichte karakter van een ontruimingsoefening. Volgens de letter van de wet ben je niet verplicht om een oefening te houden. Dit klinkt vreemd, maar de wet zegt alleen dat de werkgever de deskundigheid van werknemers op het gebied van bedrijfshulpverlening moet onderhouden. De eisen voor de gebruiksvergunning van de gemeente, provinciale eisen (bijvoorbeeld voor zwembaden) of andere regelgeving, zoals keurmerken, ISO certificering en zogeheten ‘ministeriële regelingen’ (voor bijvoorbeeld scholen), kunnen je wél verplichten een oefening te houden. Sterker nog, het merendeel van de bedrijven is door dit soort regels alsnog verplicht periodiek een oefening te houden.  

Relatie Risico Inventaris & Evaluatie

Een ontruimingsplan is bedoeld als hulpmiddel om inzicht te krijgen in de mogelijkheden en verplichtingen bij brand of een andere calamiteit. Welke risico's acceptabel zijn, hangt af van het bedrijfsproces. Het pand is meestal tijdens de bouw of de verbouwing aangepast aan het bedrijfsprofiel. Indien er bijvoorbeeld veel aan bed gebonden patiënten zijn en er in de nachtsituatie vaak sprake is van een tekort aan hulpverleners is, dan wordt geadviseerd om brand te beheersen door middel van een sprinklerinstallatie en het realiseren van voldoende sub-brandcompartimenten. Op die manier zijn de risico's bij brand kleiner. De organisatie kan vertrouwen op de preventieve voorzieningen. Het blijft natuurlijk van belang dat een goed ontruimingsplan en opgeleide bedrijfshulpverleners een onderdeel zijn van het geheel aan preventieve maatregelen.

Inhoud ontruimingsplan

 Een ontruimingsplan bestaat uit afspraken, instructies, oefeningen, plattegronden en andere informatie, zoals persoonsgegevens, contactgegevens en aanwezigheidslijsten. Bij het opstellen van een ontruimingsplan kan gebruikt worden gemaakt van de norm NEN 8112. Een onderdeel van een ontruimingsplan zijn de ontruimingsplattegronden die goed zichtbaar moeten zijn voor de aanwezigen in het gebouw. Hierop staan de positie van de lezer, de vluchtwegen en de beschikbare brandblusmiddelen duidelijk aangegeven. In het ontruimingsplan omschrijft men de functie, taken en bevoegdheden van de BHV-organisatie. Het plan geeft aan hoe er wordt ontruimd, hoe er wordt gecommuniceerd, hoe de hulpverleningsdiensten worden opgevangen en wie de leiding heeft. Het is de bedoeling dat er ook een oefenschema en plattegronden worden toegevoegd.

Facilitair

 De gebouweigenaar is verantwoordelijk voor de veiligheid in een gebouw. Een bedrijf heeft meestal de verantwoordelijkheid van alle veiligheid aspecten neergelegd bij het facilitair management of de gebouwbeheerder. Zij sturen de bedrijfshulpverleners aan, die allemaal een taak hebben binnen het ontruimingsplan en belast zijn met de uitvoering van dit plan.  

Er zijn twee wetten die het hebben van een ontruimingsplan vereisen of noodzakelijk maken: -      Bouwbesluit 2012: dit is alleen van toepassing indien er op de locatie een brandmeldinstallatie of ontruimingsalarminstallatie aanwezig is.

-      Arbowet: in het kader van de zorgplicht is iedere organisatie verplicht om een veilig verblijf op de locatie van zowel vrijwilligers als bezoekers te garanderen.  

Wet- en regelgeving

 NEN 8112 Deze NEN behandelt de bedrijfsnoodorganisatie (BNO) van bedrijven/organisaties. De BNO is een van de drie pijlers van (brand)veiligheid. De andere twee zijn bouwkundige en installatietechnische voorzieningen. De focus ligt op brandveiligheid, maar de BNO richt zich op alle onderwerpen die uit het risicoanalyseproces naar voren komen (maatgevende scenario’s). Het toepassingsgebied is breed en tweeledig. Het eerste toepassingsgebied is gericht op het bedrijfsproces: ieder bedrijf, van klein tot groot, moet zijn BNO hebben afgestemd op de aanwezige risico’s. Voor eenvoudige bedrijven kan dit marginaal zijn en slechts gericht op het in veiligheid brengen van de aanwezigen (ontruimen) en het geven van ‘basic life support’ (BLS). Voor complexere bedrijven of bedrijven met grote risico’s moeten de kwaliteit en grootte van de BNO in lijn zijn met hun complexiteit en risico’s (maatgevende scenario’s). Het tweede toepassingsgebied is gericht op de fysieke verblijfplaats. Dit is over het algemeen het gebouw waar het bedrijf in is gevestigd, maar het kan ook gaan om ‘niet-gebouwen’, zoals openbaarvervoersystemen (bijvoorbeeld: trein, metro) en evenemententerreinen.

De hoofdstukindeling volgens de NEN-8112:

 - Inleiding / toelichting

- Tekeningen (plattegronden en de situatie in de omgeving).

- Gebouw, installatie- en organisatiegegevens.

 - Alarmeringsprocedure intern en extern.

 - Stroomschema alarmering.

 - Ontruimingsorganisatie en wijze van ontruimen.

 - Taken bij ontruiming of een ontruimingsalarm.

 - Meldpunt alarmeringen.

 - Leidinggevende BHV met omschrijving takenpakket.

 - Directie met haar taken en hoe de taken zijn gedelegeerd.

 - Ontruimingsplattegronden.

 - Logboek ontruimingsplan.

Voor gezondheidsgebouwen is er nog een aanvulling.

NEN 2654-1 Deel 1: Alarmorganisatieplan Samenvatting: geeft aan dat men ook moet controleren of het alarmorganisatieplan nog voldoet aan de huidige voorzieningen. Daarvoor kan men een  speciaal daarvoor gemaakte checklist gebruiken.

NEN 2654-2 Deel 2: Ontruimingsalarminstallaties Samenvatting: deze norm geeft eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud van ontruimingsalarminstallaties in gebouwen, waarbij de apparatuur en de bekabeling niet wordt geïntegreerd met andere installaties.  

Per 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 van toepassing. Het Bouwbesluit 2012 vervangt het Gebruiksbesluit 2008. Net als voorheen worden de Nederlandse normen NEN 2654-1 en NEN 2654-2 aangewezen met betrekking tot het beheer van brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties.

Toekomstig Besluit Basishulpverlening Elk gebouw heeft voorzieningen, zodat er veilig gevlucht kan worden. Dit is voorgeschreven in de Arbowet, het Arbobesluit en het Bouwbesluit 2012 afdeling 6.6 Vluchten bij brand. In lid 6 van artikel 6.23 staat beschreven dat je een ontruimingsplan nodig hebt, wanneer je een brandmeldinstallatie bezit. Dit is ook van toepassing bij een niet-automatische brandmeldinstallatie, dus wanneer je geen brandmelders hebt, maar wel handmelders ('rode kastjes' bij de brandslanghaspels). Het toekomstige Besluit Basishulpverlening verplicht het hebben van een ontruimingsplan.  

Aanvullende kennis

 


Alle artikelen bekijken



Verdiepende kennis